Weidevogels

Boeren en vrijwilligers zorgen samen voor de bescherming van de weidevogels in Laag Holland.

Laag Holland

Het Nationaal Landschap Laag Holland bevindt zich tussen de steden Amsterdam, Hoorn, Alkmaar, Castricum en Zaanstad.

Water, Land & Dijken

Water, Land & Dijken is een agrarische natuurverening met ruim 500 agrarische leden in Laag Holland, ten noorden van Amsterdam

Recreatie op het platteland

Er is een groeiende vraag naar verblijfsrecreatie en activiteiten op het platteland.

Natuur en Landschapsbeheer

Veenweiden en droogmakerijen; een agrarisch landschap. Zonder de boeren zou het niet meer bestaan.

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

 Van 2011 tot en met 2013 oefent Water, Land & Dijken (WLD) in Laag Holland met nieuwe diensten en met de rol van de natuurvereniging als gebiedsregisseur. Dit in opdracht van Ministerie EZ in het kader van het nieuwe Europese landbouwbeleid (GLB). De intekening is een succes: er doen bijna 250 deelnemers mee met 7.700 hectareen ruim 800 km sloten en oevers!

 Waarom een proefproject?

Het Europese landbouwbeleid gaat veranderen. Vanaf 2014 zullen de bedrijfstoeslagen, die nu zijn gekoppeld aan de productie in het verleden, worden omgezet in ‘platte’ hectarepremies. Daarbij komt eren splitsing tussen een basispremie en een vergroeningspremie. De vergroening betekent voor graslandbedrijven bijvoorbeeld dat ze het areaal permanent grasland in stand moeten houden. Belangrijke verandering in het plattelandsbeleid is dat agrarische natuurverenigingen (ANV’s) voortaan aanvrager en ontvanger van beheervergoedingen mogen zijn.

De Tweede Kamer heeft al in 2010 aangedrongen op praktijkprojecten met de betalingen-nieuwe-stijl. Daarnaast is het ministerie benieuwd naar de optimale positie en werkwijze van ANV’s onder het nieuwe GLB. Het ministerie ziet hier – met WLD – veel voordelen:

  • een hogere deelname
  • een effectievere inzet van maatregelen (regionaal maatwerk)
  • een minder tijdrovende controle.

Eind 2010 heeft het ministerie Water, Land & Dijken geselecteerd als één van de vier GLB-pilots. Daarnaast doen collectieven mee uit de Noordelijke Friese Wouden, Oost-Groningen en Winterswijk.       

 Vier diensten demonstreren

WLD heeft vier diensten geselecteerd waarmee wordt geëxperimenteerd:

1. Behoud van grasland met weidegang – Blijvend grasland met koeien in de wei en behoud van de karakteristieke sloot- en greppelpatronen – deze dienst raakt de kern van het Laag-Hollandse landschap en is op ruim7.700 hectare gecontracteerd.

2. Behoud van oud grasland - De tweede dienst richt zich op behoud en beheer van ‘oud’ grasland: grasland dat al decennia of soms zelfs eeuwen niet op de kop is geweest en relatief rijk is aan oude grassoorten en kruiden. Denk aan percelen die in het voorjaar vol staan met pinksterbloem, boterbloem en veldzuring. Deze dienst is voor ruim1.200 ha gecontracteerd.

3. Natuurvriendelijke oever- en slootbeheer - We willen toe naar ‘levende sloten’ die volop ruimte bieden voor kikkers, vissen, waterplanten en libellen, omgeven door soortenrijke oevers. Deze dienst is gecontracteerd op830 km sloten en oevers.

4. Rietbeheer – Door rietkragen en rietlandjes in fasen te maaien, ontstaan betere kansen voor moerasvogels, planten, vlinders en bijzondere zoogdieren zoals de Noordse woelmuis. Aan deze dienst wordt meegedaan op41 km rietkraag en22 ha rietland.

 Meerwaarde van collectieven

Normaliter worden zulke diensten individueel met de overheid gecontracteerd. De overeenkomst en betaling gebeuren door de Dienst Regelingen, de controle door de AID. In dit geval doet WLD alles zelf. Dat wil zeggen: de natuurvereniging heeft een collectieve overeenkomst met de overheid en wordt door de overheid betaald en gecontroleerd, maar regelt het traject met de veehouders helemaal zelf. Een deel van de ‘sturingskracht’ van de natuurvereniging is dat zij alle touwtjes in handen heeft. Daarnaast komt de sturing tot uiting in het selectief wegzetten van maatregelen: alleen op de meest kansrijke plekken. Voor oud grasland, sloten en rietland zijn vooraf kaarten gemaakt van kansrijke locaties en hebben de veldmedewerkers van de natuurvereniging zo nodig nog ter plekke een oordeel geveld.

Hiermee willen we aantonen dat collectieven een hoog ecologisch rendement tegen relatief lage kosten kunnen realiseren. We hopen uiteraard dat dit straks wordt gehonoreerd met een formele rol in het beleid. Het uiteindelijke doel is een bedrijfsontwikkeling die aansluit bij het behoud van de kernwaarden van het gebied.

| |      
Facebook