Mais op veen; resultaten eerste jaar

Mais op veen; resultaten eerste jaar

Maïsteelt in stroken op veen bij onderwaterdrainage voor minder bodemdaling
Resultaten van eerste jaar

Onderwaterdrainage zorgde in 2012 voor een hogere maisopbrengst. Door het relatief natte groeiseizoen gaf onderwaterdrainage een lagere grondwaterstand ten opzichte van niet draineren. Verder was de gemiddelde grondwaterstand bij strokenteelt hoger dan bij traditionele teelt en gras. Mede daardoor bleef de opbrengst achter bij traditionele teelt. Daarentegen zorgde strokenteelt voor een betere draagkracht tijdens de oogst. Dit is een aantal eerstejaars resultaten van van een tweejarige praktijkproef met maïsteelt in stroken in combinatie met onderwaterdrainage op veengrond in Zeevang.
De traditionele teelt van maïs op veen en klei-op-veen heeft door volveldse grondbewerking te kampen met bodemdaling. Reguliere maisteelt wordt in de structuurvisie van de provincie Noord Holland in de toekomst aan banden gelegd. Bijkomstig probleem voor veehouders op veengrond is dat de bodem bij de oogst meestal te weinig draagkrachtig is om probleemloos de maïs van het perceel te krijgen.
Om maïs te kunnen blijven telen bij beperkte bodemdaling is in Zeevang op initiatief van ANV Water, Land & Dijken en LTO Noord een pilotproject gestart waarin wordt gekeken naar de mogelijkheden van strokenteelt in combinatie met onderwaterdrainage. Bij strokenteelt wordt maar ca. 10 % van de bouwvoor bewerkt waardoor de mineralisatie en daarmee de afbraak van veen wordt beperkt. Tevens kan het zorgen voor een betere draagkracht bij de oogst. Met onderwaterdrainage kan in droge tijden water in het perceel worden geïnfiltreerd waardoor de grondwaterstand minder diep zakt. Hierdoor kan de bodemdaling als gevolg van minder lucht intreding worden verminderd. Daarnaast is in de pilot gekeken naar het effect van een korte ultra vroege maïs-ras op de grondwaterstand.
Het project wordt mede uitgevoerd door Wageningen UR Livestock Research en het Louis Bolk Instituut en wordt gefinancierd door LTO-Noord projecten, de Europese Unie, Ministerie van EZ en de Rabobank.
Het groeiseizoen van 2012 was veel natter dan normaal. Dit heeft er voor gezorgd dat de grondwaterstanden onder de velden met onderwaterdrainage gedurende het groeiseizoen gemiddeld 11 cm lager waren dan onder de niet gedraineerde percelen. De verwachting is dat in een droog seizoen onderwaterdrainage zorgt voor een hogere grondwaterstand. De opbrengsten aan drogestof, KVEM en zetmeel waren op de gedraineerde velden duidelijk hoger (ca. 65%) dan op de niet gedraineerde velden.
Gemiddeld was de grondwaterstand van de traditioneel bewerkte velden 7 cm lager dan de grondwaterstand van de velden met strokenteelt. Mede daardoor was de droge stof opbrengst van de traditioneel geteelde maïs duidelijk hoger (ca. 65%) dan van in stroken geteelde maïs. De VEM waarde per kg drogestof van in stroken geteelde maïs was daarentegen ca. 30 eenheden hoger en het zetmeelgehalte was 20 g hoger. De opbrengst van het korte ultra vroege ras was 18% lager dan van het standaard ras. Daarentegen was het zetmeelgehalte 15% hoger. Het effect op de grondwaterstand was beperkt: gemiddeld 2 cm hoger onder het korte ultra vroege ras.

De rapportage met de resultaten van het eerste jaar is te vinden op www.maïsteeltinstroken.nl

Terug naar het overzicht